KIDS fashion mag beursedities

De valkuilen van de
agentuurovereenkomst

Wanneer je als ondernemer snel wil groeien en niet zelf de hele (internationale) markt kan bedienen, kan het inschakelen van agenten kansen bieden. Dit artikel geeft belangrijke tips voor het opstellen van een contract met een agent waardoor kan worden voorkomen dat kansen, valkuilen worden.  


Een agentuurovereenkomst is een overeenkomst waarbij de ene partij (de handelsagent) voor een andere partij (de principaal) voor een bepaalde of een onbepaalde termijn tegen beloning (provisie) bemiddelt bij de totstandkoming van overeenkomsten. Het voordeel van het werken met een agent is dat de principaal grip houdt op de markt, de klanten en de prijs. Het nadeel van het werken met een agent kan zijn dat de agent een goede wettelijke bescherming geniet. Zo heeft een agent bij de beëindiging van de agentuurovereenkomst vaak recht op een klanten (goodwill) vergoeding. 

De wetgeving op het gebied van agentuur is vrij strikt en dwingend van aard waarbij de agent een grote bescherming geniet. In de praktijk zien wij vaak dat het bij het opstellen van een agentuurovereenkomst zaken niet goed zijn geregeld met alle gevolgen van dien. In deze column bespreek ik de voornaamste valkuilen van een agentuurovereenkomst die kunnen worden voorkomen en juist kunnen worden omgezet in kansen.

De valkuilen

1. De opzegtermijn

De wet hanteert specifieke opzegtermijnen. Partijen kunnen zelf ook opzegtermijnen afspreken in de agentuurovereenkomst. Deze contractueel overeengekomen opzegtermijnen moeten voldoen aan de wettelijk verplichte minimumtermijnen. Voldoen de overeengekomen opzegtermijnen daar niet aan, dan zijn ze nietig. De minimum opzegtermijnen zijn afhankelijk van de duur van de overeenkomst en worden vaak over het hoofd gezien bij het opstellen van de agentuurovereenkomst of, vervelender nog, bij het opzeggen van de agentuurovereenkomst.


2. Klantenvergoeding

Bij het einde van de agentuurovereenkomst kan de agent aanspraak maken op een vergoeding voor de goodwill (de klanten) die de agent heeft aangebracht.

In de praktijk zien we vaak dat partijen er van uitgaan dat deze vergoeding hoe dan ook moet worden betaald. Dit is niet het geval. Bij beëindiging van de agentuurovereenkomst dient eerst vastgesteld te worden of de principaal  een klantenvergoeding aan de handelsagent moet betalen. 

De Hoge Raad heeft in het Prijsvrij/ Corendon arrest in 2017 nog bepaald dat de agent eerst aannemelijk moet maken dat de door hem aangebrachte klanten of de overeenkomsten die met bestaande klanten zijn uitgebreid, ook ná de beëindiging van de agentuurovereenkomst nog voordeel voor de principaal opleveren. Kortom: kan de principaal door de werkzaamheden van de agent een groei van zijn business tegemoet zien. Pas daarna zal de hoogte van de klantenvergoeding  worden bepaald. In agentuurovereenkomsten worden vaak (te) hoge vergoedingen toegekend aan de agent. Deze vergoedingen zijn regelmatig  zelfs hoger dan de wettelijke maximumvergoeding van de provisie van één jaar, berekend naar het gemiddelde van de laatste vijf jaar. De vaststelling van de klantenvergoeding kan dus zowel bij het opstellen als bij het beëindigen van de agentuurovereenkomst een valkuil zijn. 



De valkuilen

3.Provisie

De agent heeft recht op provisie over overeenkomsten die door zijn bemiddeling tot stand komen. In de praktijk merken wij dat partijen hierover niet altijd duidelijke afspraken maken. Heeft de agent na totstandkoming van elke overeenkomst recht op provisiebetaling of pas als de betaling van de klant daadwerkelijk door de principaal is ontvangen? Hoe wordt de provisie exact berekend en over welke (bruto)bedragen? Het is essentieel om gedetailleerd in de agentuurovereenkomst te beschrijven in welke gevallen en onder welke voorwaarden de agent recht heeft op provisie.  


4.Exclusiviteit

Het komt geregeld voor dat de principaal exclusiviteit verleent aan de agent. De agent heeft dan als enige  tussenpersoon het recht om overeenkomsten te sluiten in het aangewezen gebied. In de praktijk gaat het vaak mis als de principaal geen (volledige) exclusiviteit wil verlenen. Als dit het geval is dan is het belangrijk om dit expliciet op te nemen in de agentuurovereenkomst. Hetzelfde geldt voor de situatie waarin de principaal ook zelf het recht wil hebben om de producten in het aangewezen gebied te verkopen. Het is zaak om dat een semi-exclusiviteit overeen te komen waardoor de principaal ok zelf het recht heeft om in het aangewezen gebied de producten te verkopen. Als dit niet goed geregeld is in de agentuurovereenkomst, zal dit voor problemen zorgen.


5.Concurrentiebeding

Door in de agentuurovereenkomst een (non-)concurrentiebeding op te nemen, is het mogelijk de agent te verbieden bepaalde werkzaamheden te verrichten na beëindiging van de agentuurovereenkomst. Dit (non-)concurrentiebeding is echter alleen geldig als het op schrift is gesteld en ziet op het type werkzaamheden en het werkgebied dat of klantenkring die onder de reikwijdte van de agentuurovereenkomst viel. Wat partijen niet altijd helder voor ogen hebben is dat de principaal géén beroep kan doen op het (non-)concurrentiebeding als hij de wettelijke opzegtermijn niet in acht neemt. Dit geldt ook als de agentuurovereenkomst om een aan de principaal te wijten dringende reden is geëindigd. 

 

Conclusie

Bij het opstellen van een agentuurovereenkomst moeten bepaalde keuzes worden gemaakt. Dat is niet altijd eenvoudig, zeker gelet op de valkuilen. Goede juridische begeleiding bij het opstellen van een agentuurovereenkomst is essentieel om risico’s zoveel mogelijk te vermijden en discussie achteraf te voorkomen. 


Wilt u meer informatie over de agentuurovereenkomst dan kunt u contact opnemen met Margot Span van Köster Advocaten via 023-5125025 of via e-mail span@kadv.nl.

 

De valkuilen van de
agentuurovereenkomst

Wanneer je als ondernemer snel wil groeien en niet zelf de hele (internationale) markt kan bedienen, kan het inschakelen van agenten kansen bieden. Dit artikel geeft belangrijke tips voor het opstellen van een contract met een agent waardoor kan worden voorkomen dat kansen, valkuilen worden.  


Een agentuurovereenkomst is een overeenkomst waarbij de ene partij (de handelsagent) voor een andere partij (de principaal) voor een bepaalde of een onbepaalde termijn tegen beloning (provisie) bemiddelt bij de totstandkoming van overeenkomsten. Het voordeel van het werken met een agent is dat de principaal grip houdt op de markt, de klanten en de prijs. Het nadeel van het werken met een agent kan zijn dat de agent een goede wettelijke bescherming geniet. Zo heeft een agent bij de beëindiging van de agentuurovereenkomst vaak recht op een klanten (goodwill) vergoeding. 

De wetgeving op het gebied van agentuur is vrij strikt en dwingend van aard waarbij de agent een grote bescherming geniet. In de praktijk zien wij vaak dat het bij het opstellen van een agentuurovereenkomst zaken niet goed zijn geregeld met alle gevolgen van dien. In deze column bespreek ik de voornaamste valkuilen van een agentuurovereenkomst die kunnen worden voorkomen en juist kunnen worden omgezet in kansen.

De valkuilen

1. De opzegtermijn

De wet hanteert specifieke opzegtermijnen. Partijen kunnen zelf ook opzegtermijnen afspreken in de agentuurovereenkomst. Deze contractueel overeengekomen opzegtermijnen moeten voldoen aan de wettelijk verplichte minimumtermijnen. Voldoen de overeengekomen opzegtermijnen daar niet aan, dan zijn ze nietig. De minimum opzegtermijnen zijn afhankelijk van de duur van de overeenkomst en worden vaak over het hoofd gezien bij het opstellen van de agentuurovereenkomst of, vervelender nog, bij het opzeggen van de agentuurovereenkomst.


2. Klantenvergoeding

Bij het einde van de agentuurovereenkomst kan de agent aanspraak maken op een vergoeding voor de goodwill (de klanten) die de agent heeft aangebracht.

In de praktijk zien we vaak dat partijen er van uitgaan dat deze vergoeding hoe dan ook moet worden betaald. Dit is niet het geval. Bij beëindiging van de agentuurovereenkomst dient eerst vastgesteld te worden of de principaal  een klantenvergoeding aan de handelsagent moet betalen. 

De Hoge Raad heeft in het Prijsvrij/ Corendon arrest in 2017 nog bepaald dat de agent eerst aannemelijk moet maken dat de door hem aangebrachte klanten of de overeenkomsten die met bestaande klanten zijn uitgebreid, ook ná de beëindiging van de agentuurovereenkomst nog voordeel voor de principaal opleveren. Kortom: kan de principaal door de werkzaamheden van de agent een groei van zijn business tegemoet zien. Pas daarna zal de hoogte van de klantenvergoeding  worden bepaald. In agentuurovereenkomsten worden vaak (te) hoge vergoedingen toegekend aan de agent. Deze vergoedingen zijn regelmatig  zelfs hoger dan de wettelijke maximumvergoeding van de provisie van één jaar, berekend naar het gemiddelde van de laatste vijf jaar. De vaststelling van de klantenvergoeding kan dus zowel bij het opstellen als bij het beëindigen van de agentuurovereenkomst een valkuil zijn. 



De valkuilen

3.Provisie

De agent heeft recht op provisie over overeenkomsten die door zijn bemiddeling tot stand komen. In de praktijk merken wij dat partijen hierover niet altijd duidelijke afspraken maken. Heeft de agent na totstandkoming van elke overeenkomst recht op provisiebetaling of pas als de betaling van de klant daadwerkelijk door de principaal is ontvangen? Hoe wordt de provisie exact berekend en over welke (bruto)bedragen? Het is essentieel om gedetailleerd in de agentuurovereenkomst te beschrijven in welke gevallen en onder welke voorwaarden de agent recht heeft op provisie.  


4.Exclusiviteit

Het komt geregeld voor dat de principaal exclusiviteit verleent aan de agent. De agent heeft dan als enige  tussenpersoon het recht om overeenkomsten te sluiten in het aangewezen gebied. In de praktijk gaat het vaak mis als de principaal geen (volledige) exclusiviteit wil verlenen. Als dit het geval is dan is het belangrijk om dit expliciet op te nemen in de agentuurovereenkomst. Hetzelfde geldt voor de situatie waarin de principaal ook zelf het recht wil hebben om de producten in het aangewezen gebied te verkopen. Het is zaak om dat een semi-exclusiviteit overeen te komen waardoor de principaal ok zelf het recht heeft om in het aangewezen gebied de producten te verkopen. Als dit niet goed geregeld is in de agentuurovereenkomst, zal dit voor problemen zorgen.


5.Concurrentiebeding

Door in de agentuurovereenkomst een (non-)concurrentiebeding op te nemen, is het mogelijk de agent te verbieden bepaalde werkzaamheden te verrichten na beëindiging van de agentuurovereenkomst. Dit (non-)concurrentiebeding is echter alleen geldig als het op schrift is gesteld en ziet op het type werkzaamheden en het werkgebied dat of klantenkring die onder de reikwijdte van de agentuurovereenkomst viel. Wat partijen niet altijd helder voor ogen hebben is dat de principaal géén beroep kan doen op het (non-)concurrentiebeding als hij de wettelijke opzegtermijn niet in acht neemt. Dit geldt ook als de agentuurovereenkomst om een aan de principaal te wijten dringende reden is geëindigd. 

 

Conclusie

Bij het opstellen van een agentuurovereenkomst moeten bepaalde keuzes worden gemaakt. Dat is niet altijd eenvoudig, zeker gelet op de valkuilen. Goede juridische begeleiding bij het opstellen van een agentuurovereenkomst is essentieel om risico’s zoveel mogelijk te vermijden en discussie achteraf te voorkomen. 


Wilt u meer informatie over de agentuurovereenkomst dan kunt u contact opnemen met Margot Span van Köster Advocaten via 023-5125025 of via e-mail span@kadv.nl.